In tijden van crisis zoeken mensen naar een leider. We hebben dan behoefte aan iemand die ons door de crisis loodst. We scharen ons achter hen. We zien dat nu ook met de politieke leiders van landen. Ze kunnen allemaal rekenen op grote steun en waardering (aldus peilingen). In de huidige wereld zijn er een paar politieke leiders die denken dat ze leider zijn, maar die door hun doen en laten de crisis in hun land hebben verergerd. Begin dit jaar deden ze lacherig over de ernst van dit virus. Nu kampen deze landen met ernstige uitbraken, hoge sterftecijfers en een volledig ingestorte gezondheidszorg en samenleving. En dan zeggen ze soms iets en denk je: had je mond maar gehouden.

Natuurlijk hebben wij in deze tijd leiders nodig, zeker, maar ik denk vooral herders. Niet alleen in de Kerk maar helemaal in onze samenleving. Waarom een herder? Een herder is een ander soort leider. Een herder is een leider die zorgt. Een herder zorgt voor zijn kudde. Hij is bezorgd om zijn kudde. Niet alleen voor de gehele kudde maar ook voor ieder schaap apart.

De kerntaken van een herder zijn de kudde te brengen naar plaat­sen waar voedsel is en water. Daarom is een herder altijd met een kudde onderweg, op weg naar grazige weiden en naar water om te drinken. Daarnaast moet hij de kudde be­scher­men tegen gevaar. Denk dan aan roofdieren, maar ook aan gevaarlijke kloven waardoor een schaap of geit naar beneden kan vallen. En u weet het: als één schaap over de dam is, volgen er meer. Een kudde kan ook geroofd worden door rovers. In Psalm 23 wordt dit zo mooi beschreven: “De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort. Hij laat mij wei­den op groene velden. Hij brengt mij aan water, waar ik kan rusten. Al voert mijn weg door donkere klo­ven, ik vrees geen onheil waar Gij mij leidt. Uw stok en herdersstaf geven mij moed en vertrouwen” (Ps. 23,1-4).

Naast deze kerntaken wordt van een herder meer verwacht dan van een leider. We krijgen een inkijkje van deze extra taken door de woorden van de profeet Ezechiël (Ez. 34,15-17). Door hem spreekt God zelf: “Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen, luidt de godsspraak van God de Heer. Het verloren dier zal Ik zoeken, het afgedwaalde terughalen, het gewonde verbinden, het zieke sterken, de vette en sterke dieren bewaren; Ik zal ze weiden zoals het behoort. Gij, mijn schapen, zegt God de Heer, Ik ga rechtspreken tussen het ene schaap en het andere, tussen de rammen en de bokken.” Ieder schaap krijgt de aandacht die hij of zij nodig heeft. Dat is dus wat een herder doet. Hij heeft aandacht voor ieder van ons. Hij geeft je dat wat jij nodig hebt. Zo kent de herder zijn schapen. “Ik ben de Goede Herder”, zegt Jezus. “Ik ken de mijnen en de mijnen kennen Mij” (Joh. 10,14). Hij is Degene die voor zijn schapen of geiten en lammeren zorgt. Hij is Degene die 99 schapen alleen laat, om dat éne verloren schaap te zoeken. Hij is Degene die al zijn schapen kent, bij naam en toenaam. Ze “luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven” (Joh. 10,27). Vandaar dat een afbeelding van de Goede Herder (meestal een jonge man zonder baard met een lam op zijn schouders) in de eerste eeuwen een geliefde manier was onder de christenen om Jezus af te beelden.

Herder zijn is niet eenvoudig. Van een herder wordt meer verwacht dan de kudde voeden en beschermen. Een herder moet zorgen, verzorgen, bewaken en bewaren. Eigenlijk moet het iemand zijn die is als een schaap met vijf poten. Een herder moet voor de kudde uitgaan, of van achter de kudde de goede richting opduwen, dan weer in het midden van de kudde, dan weer langs de flanken. Een herder is geen type dat zoete koekjes bakt. Het herdersleven is bikkelhard. Altijd buiten, dag en nacht, bij tij en ontij. Altijd zijn kudde in de gaten houdend, voedselrijke grond zoekend, gevaar vermijden. En optreden als dat nodig is. Hij is een leider, hij stuurt de kudde. Via zijn herdersstraf en zijn trouwe herdershond. Niet van een afstandje, nee, levend midden in kudde. Een ware herder is iemand “met de geur van uw schapen; dat men hun kan ruiken – herders te midden van hun kudde”, zei paus Franciscus in 2013 tegen priesters bij de hernieuwing van hun beloften. En dat ruiken is letterlijk zo. De paus bedoelde dat niet overdrachtelijk, maar letterlijk. Schapen ruiken.

Over herders en wereldleiders gesproken. De enige wereldleider die herder is voor alle mensen over de hele wereld – “we zitten allemaal in hetzelfde schuitje” (preek Urbi et Orbi 27 maart) – is paus Franciscus. Zonder twijfel. In gebed, in woord en in daad probeert hij pastor (Latijn voor herder) te zijn voor de hele wereld. Hij bidt en viert iedere dag om zeven uur de heilige Mis voor het oog van de wereld (via het internet), hij bidt en zegent de Stad en de Wereld met het Allerheiligste Sacrament, hij stelt geld en medische middelen beschikbaar voor Syrië, de Sahel en andere ernstig getroffen regio’s en landen, hij spreekt op Eerste Paasdag de wereld bemoedigend toe en roept enerzijds op tot solidariteit en eendracht onder de mensen en vraagt anderzijds mensen en landen om oorlogen en onverschilligheid te stoppen. Het ene verbindt hij; de ander sterkt hij; hij scheidt de bokken van de geiten. Zo loodst Franciscus de Kerk en zelfs de wereld door deze tijd van donkere kloven op weg naar “water, [om te] rusten. Hij geeft mij weer frisse moed” (Ps. 23,1).

Pastoor Eric van Teijlingen