De afgelopen dagen en zeker het afgelopen weekend met het mooie (lente)weer brachten we veel tijd door in onze tuinen, want ja, we blijven nog steeds thuis. Gelukkig hebben veel woningen in Volendam een stukje tuin, een voor- of achterstraat. Een tuin, een stukje groen is heel belangrijk. Het brengt ons door de aarde, de planten, struiken en bomen in contact met de natuur. Maar ook met insecten en vogels, die er op af komen en in struiken en bomen nestelen. In deze tijd zien we op die plekken het nieuwe leven ontstaan. Insecten die na een winterslaap weer tevoorschijn komen en vogels met hun nestjes.

Er is een rotonde in Volendam, waar ik vaak een mevrouw van een hoekwoning op haar knieën bezig zie in haar prachtige tuin. Ik word daar blij van, want ik zie dat deze mevrouw lekker bezig is en ik geniet van het resultaat van haar groene vingers en van Gods scheppingswerk!

Een tuin is ook heel belangrijk in de Bijbel. Denk maar aan de “tuin in Eden, ergens in het oosten” (Gen. 2,8) waar God de mens – man en vrouw – liet wonen en genieten. Dat was het paradijs van Adam en Eva. Denk ook aan de tuin waarover de evangelist Johannes schrijft (Joh. 20,11-18) als Maria Magdalena “op de eerste dag van de week” naar het graf gaat om het lichaam van de gestorven en begraven Jezus te verzorgen. Bij het graf ziet ze dat de steen is weggerold. De angstige en verdrietige Maria Magdalena staat in die tuin te huilen. Dan hoort ze stemmen en als ze zich omdraait, staat daar de verrezen Jezus. Maria denkt dat het de tuinman is en vraagt hem waar hij Hem heeft neergelegd. Als Jezus vervolgens haar bij haar naam noemt, herkent ze Hem. Zoals wij aan de stem van een bekende (familielid of vriend/vriendin) precies horen hoe het met hem of haar gesteld is. De rouwende Maria keert zich verheugd naar Jezus om, zo staat er, maar dan zegt Jezus: “Houd Mij niet vast” (Joh. 20,17). Zonder woorden lezen we precies wat Maria Magdalena deed. Iemand aanraken om te troosten is een natuurlijke reactie, een eerste behoefte. Het helpt. Nu praten we over het tuinhekje heen met elkaar, op afstand, maar wat verlangen wij ernaar om ons weer naar onze familie of vrienden te mogen keren en hen weer te mogen vasthouden en omhelzen. We zijn in Volendam niet zo zoenerig maar wat zouden we onze oma’s en bappen en opa’s, onze ouders, onze (klein)kinderen, onze vrienden en buren willen zoenen! Precies met dezelfde blijdschap van de bezorgde en verdrietige Maria Magdalena toen zij Jezus zag, de Gekruisigde Levende. En ja… er komt een tijd dat we dat weer mogen doen! Dat we onze gesloten huizen en tuinen weer mogen verlaten om elkaar weer op te zoeken, om ook fysiek weer in elkaars nabijheid te mogen zijn, door alle generaties heen, om samen te zijn met elkaar waar we normaal samen zijn, elkaar in de ogen te kijken, elkaars stem écht te horen en elkaar te omhelzen (en te zoenen) en daarmee vreugde en verdriet delen!

We zitten thuis. Uit angst voor dat virus. Direct na het Bijbelverhaal van Maria met de ‘tuinman’ lezen we dat de mannelijke leerlingen zich hadden opgesloten in een ruimte “uit vrees” voor de joden,  de mensen. (Zie Joh. 20,19-31.) En dwars door die geslotenheid komt Jezus binnen en groet hen met  ‘shalom’. Want dat is het woord van de opgestane Heer toen Hij de ruimte be­trad waar de apostelen zich bevonden: sha­lom, vrede. Shalom is Hebreeuws voor vrede. Het duidt vrede aan tus­sen God en de mens, maar ook te gebrui­ken voor een  in­nerlijke vrede, tevreden zijn met jezelf en in (volledige) harmonie leven met anderen. Maar in Israël wordt het ook gebruikt als groet, als een ‘hallo’ en een ‘tot ziens’. Net als ‘hoi’ in onze taal of ‘ciao’ in het Italiaans.

Het is goed te weten dat shalom afstamt van een woord dat volledigheid, vervulling, wel­be­vin­den in zich draagt. Die betekenis mogen we ook geven aan het shalom van de verrezen Heer. De verschijning van de verrijzenis wil aan­ge­ven dat – hoewel het lijden nog in handen en voeten zichtbaar is – de wil van God volledig tot vervulling is gekomen, dat wil zeggen dat het leven altijd sterker is dan de dood, geloven in een hoop liefde sterker dan onverschilligheid, egoïsme, verdeeldheid en vergetelheid (om paus Franciscus te citeren uit zijn paastoespraak Urbi et Orbi van Eerste Paasdag, afgelopen zondag). Zo treedt de Heer ons tegemoet. Ook als wij ons verbergen ach­ter ge­slo­ten deuren en angst en bezorgheid om mens en virus. Op­eens is Hij daar in al je ellende en Hij spreekt je aan, wenst je vrede als een geschenk om door te zetten, als een rustgevende bood­schap van ver­ge­ving en barm­har­tig­heid. Kortom, we gaan door maar dringt het tot ons door… dat God ons in moeilijke tijden shalom, vrede wenst voor innerlijke rust en uiterlijke kracht en moed.

Naast de mevrouw met haar tuintje aan de rotonde moet ik ook denken aan een Volendammer, die ik ken, die mensen graag begroet met het woord ‘shalom’. Laten we genieten van de natuur, direct om ons heen, en de paar goede woorden die we over en weer spreken. Het sterkt ons vertrouwen en geeft ons goede moed. Het is nog steeds Pasen, nog tot aan aanstaande zondag, Beloken Pasen. En Pasen leert ons dat leven dood kan verslaan en licht duisternis. Zalig Pasen! Alleluia!

Pastoor Eric van Teijlingen