Terwijl de wereld op slot zit, terwijl wij allemaal thuis moeten zijn en binnenblijven vanwege het coronavirus dat de wereld en de samenleving dood en verderf brengt, ontluiken de bloemen en de bomen, dartelen lammetjes in de wei, neemt de zon in warmte toe: het is lente! Juist nu zouden we graag willen genieten van al dat moois dat de natuur te bieden heeft en de vreugde die dit brengt. Juist in deze tijd zijn we toe aan goed nieuws. Naar geluiden van geloof in de toekomst.

Toch zijn die geluiden er… in eeuwenoude paasverhalen. Dat zijn verhalen over leven en dood. Over liefde en lijden. Over vertrouwen en twijfel. Over chaos en hoop. Verraad en vriendschap. Verhalen over het echte, ons, leven. Zo is er een paasverhaal van duizenden jaren geleden over een uittocht. Een verhaal van een Man uit Nazaret. Een verhaal ook van ons nu; verhalen van gebondenheid en verlangen naar vrijheid. Het verhaal van Jezus is verbonden met het oude joodse verhaal van Pesach, van de uittocht uit Egypte, een verhaal van gebonden zijn en op tocht gaan naar een toekomstige bevrijding. Dat roept dit jaar vast veel herkenning op.

Witte Donderdag

Pasen is een lentefeest. We vieren het op de zondag na de eerste volle maan na 21 maart. In het begin was Pasen een oogstfeest. Vanouds werd in Israël op Pesach (Pasen) van de eerste gerst het platte brood gebakken. Dat brood nam Jezus bij de pesachmaaltijd, het laatste avondmaal. Die maaltijd was een historisch geladen maaltijd, jaarlijks gehouden op Pesach. Ooit was het de laatste maaltijd in slavernij, in gebondenheid, voordat het volk uit Egypte weg kon trekken. Mozes leidde het volk door de rivier via een lange tocht naar het land van vrijheid en leven. Dat was overigens geen directe reis maar een veertig jaren durende zoek- en zwerftocht door de woestijn. Alleen al die tocht door een barre buitenwereld met gevaren en hoe God zijn mensen daarin bijstond, biedt veel troost en kracht voor deze maanden van (bijna) ‘lock down’.

Terug naar Pesach en de pesachmaaltijd. Tijdens die maaltijd nam Jezus brood en verdeelde dit, liet de beker rondgaan, waarbij Hij zei dat dit brood zijn lichaam is en deze beker zijn bloed (vergoten voor allen tot vergeving van zonden). Uit liefde, vriendschap geschonken, om nabijheid en herinnering te bewerkstelligen. Steeds weer. Want Jezus zei daarbij deze maaltijd telkens te doen om Hem te herinneren. Door dit gebaar kijken wij als gemeenschap niet alleen terug op een lange geschiedenis van God met de mensen, maar ook op een geschiedenis van verlangen naar vrijheid en verlossing. We kijken terug én vooruit…

Goede Vrijdag

Maar hoezo vooruit kijken? Positief blijven? Neen… ik voel en ervaar veel narigheid door deze tijd. Niks leuks aan. Ik mis de mensen om mij heen. Ik lijd eronder. Al die onzekerheid en verwarring. Zeker, absoluut herkenbaar. Want ondanks alle positiviteit kunnen we lijden niet tegenhouden. En maakt dit lijden het leven niet tot wanhoop? En verliest de mens door het lijden niet zijn waardigheid?

Eerlijk gezegd: niemand heeft een écht antwoord op menselijk lijden. Welk antwoord heeft het geloof hierop? Daar heeft ook het geloof niet zomaar een antwoord op. We kunnen wel kijken naar de kruisweg van Jezus. Hij heeft – trouw aan zijn Vader – zijn lijden zelfs vrijwillig op zich genomen. Dat herdenken wij met Goede Vrijdag. We horen dan over verraad, over hoe bijna iedereen Hem in de steek liet (en wegvluchtte), op een paar vrouwen na (niet onbelangrijk). We horen hoe alles waar Jezus voor pleitte en voor stond, verloren leek. Zijn missie was mislukt, in ieder geval geëindigd. In het lijden (van Jezus) is weinig positiefs te ontdekken. Het positieve zit ‘m in het vervolg daarop. Want God heeft het niet zo gelaten …

Pasen – Pasen van de Heer

… God heeft Jezus bevrijd van een zinloze dood. Dat is de kern van Pasen. En dat Pasen is ook voor ons mogelijk. God kent ons verlangen naar licht, naar warmte, naar lente, ons verlangen naar bevrijding en verlossing.

Wij mensen kunnen die bevrijding of verlossing niet organiseren. Ook niet een klein beetje? Ja, inderdaad: een klein beetje. Wij hebben de plicht om Pasen te vieren. Om te zien hoe een klein vlammetje van een paaskaars een geheel donker (en groot) kerkgebouw kan verlichten. En hoe dit vlammetje van de Levende-in-ons-midden ook ons hart verlicht. Hoe wij – juist nu – zorg, oog en oor hebben voor eenzamen, ouderen, zieke mensen, voor mensen die zich moeilijk kunnen aansluiten bij ‘the rich and famous’, mensen die nu extra getroffen worden, maar ook de harde werkers in de zorg, bij overheidsdiensten, de schoonmakers, mensen die nu de crisis bestrijden op alle niveaus. Wat te denken van mensen die boodschappen doen voor een ander, een extra belletje doen of een kaartje sturen, of die van buiten liedjes zingen voor mensen die binnen zitten. Dit vlammetje komt niet met Pasen want het brandt al sinds het begin van deze coronacrisis. Het Licht is al in onze wereld vol duisternis. Maar Pasen vraagt ons even naar de kracht van zo’n vlammetje te kijken, hoe het jezelf en de mensen om je heen verlicht en verwarmt. Laten we er zuinig mee omgaan.

Pasen, juist dit jaar 2020, is bedoeld om mensen niet onverschillig te laten worden. Door aan Pasen mee te doen – ook thuis of juist nu thuis – leer je positief te denken, leer je omhoog én vooruit te kijken. Pasen leert ons hoe diep een verlangen naar vrijheid en verlossing diep in iemand verborgen zit. En hoe je loskomt van slavernij, uitbuiting, onderdrukking en vooral van de angst die daarmee gepaard gaat. Het Paasfeest sluit aan bij de diepste verlangens van de mens. Pasen is een les in vrijheid en verlossing. Speciaal in deze coronatijd en met de viering van 75 jaar bevrijding van het naziregime gedurende de Tweede Wereldoorlog. Pasen maakt mensen positief. Positief tegenover het coronavirus. Positief tegenover het eenzaamheidsvirus. En zo wordt de wereld ook een stukje positiever.

En daarom is Pasen zo nodig… zo ontzettend nodig (dit jaar)!

ZALIG PASEN

De Heer is opgestaan! De Heer is waarlijk opgestaan!

Alleluia!

Pastoor Eric van Teijlingen