BOODSCHAP VAN DE HEILIGE VADER FRANCISCUS

VOOR DE 29STE WERELDZIEKENDAG

11 februari 2021

Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders (Mat. 23, 8)

De vertrouwensrelatie aan de basis van de ziekenzorg

Geliefde broeders en zusters,

De viering van de 29ste Wereldziekendag op 11 februari 2021, de gedachtenis van de heilige Maagd Maria van Lourdes, is een gunstig moment om in het bijzonder aandacht te besteden aan de zieken en aan hen die de zieken bijstaan, hetzij op de voor de zorg bestemde plekken, hetzij binnen families en gemeenschappen. Mijn gedachten gaan in het bijzonder uit naar allen die over de hele wereld lijden aan de gevolgen van de pandemie van het coronavirus. Aan allen, in het bijzonder aan de armsten en gemarginaliseerden, breng ik mijn geestelijke nabijheid tot uitdrukking en ik verzeker hen van de zorg en de genegenheid van de Kerk.

1. Het thema van deze dag is geïnspireerd door de passage uit het evangelie waar Christus de schijnheiligheid bekritiseerd van hen die niet handelen naar hun woorden (vgl. Mat. 23, 1-12). Wanneer het geloof wordt gereduceerd tot onvruchtbare verbale oefeningen, zonder betrokkenheid bij de geschiedenis en de noden van de ander, dan vermindert de samenhang tussen het geloof dat men belijdt, en hoe men werkelijk leeft. Het risico is ernstig; daarom gebruikt Jezus sterke uitdrukkingen om te waarschuwen voor het gevaar af te glijden naar verafgoding van zichzelf en Hij zegt: Gij hebt maar één Meester en gij zijt allen broeders” (v. 8).

De kritiek die Jezus richt tot degenen die “niet handelen naar hun woorden” (v. 3) is altijd en voor allen heilzaam, omdat niemand immuun is voor het kwaad van de schijnheiligheid, een zeer ernstig kwaad dat ons verhindert tot bloei te komen als kinderen van de ene Vader, geroepen als wij zijn tot een universele broederschap.

Ten opzichte van de behoeftige omstandigheden van onze broeders en zusters geeft Jezus het model van gedrag dat volslagen het tegengestelde is van schijnheiligheid. Hij houdt ons voor stil te blijven staan, te luisteren, een directe en persoonlijke relatie met de ander tot stand te brengen, empathie en bewogenheid te voelen voor hem of voor haar, zich zo laten betrekken bij zijn of haar lijden dat men zich in dienstbaarheid hiermee belast (vgl. Luc. 10, 30-35).

2. De ervaring van ziekte laat ons onze kwetsbaarheid voelen en tegelijkertijd de aangeboren behoefte aan de ander. Het doet ons nog meer zien en op een duidelijke manier ervaren dat we als schepsels afhankelijk zijn van God. Wanneer wij ziek zijn, doordringen onzekerheid, angst en soms verbijstering onze geest en ons hart ; wij bevinden ons in een situatie van machteloosheid, omdat onze gezondheid niet afhangt van onze vermogens of van ons “tobben” (vgl. Mat. 6, 27).

Ziekte dwingt tot een zinvraag. die in geloof tot God wordt gericht: een vraag die een nieuwe betekenis en richting zoekt voor het bestaan en die soms niet onmiddellijk een antwoord kan vinden. Vrienden en verwanten zelf zijn niet altijd in staat ons bij dit moeizame zoeken te helpen.

Symbolisch is in deze de bijbelse figuur van Job. Zijn vrouw en vrienden slagen er niet in hem in zijn tegenspoed te begeleiden, integendeel, zij beschuldigen hem en vergroten zo zijn eenzaamheid en ontreddering. Job zinkt weg in een toestand van verlatenheid en onbegrip. Maar juist door deze uiterste kwetsbaarheid heen, doordat hij iedere schijnheiligheid afwijst en kiest voor de weg van oprechtheid jegens God en de ander, richt hij met volharding zijn vraag tot God, die hem uiteindelijk antwoord geeft en voor hem een nieuwe horizon opent. God bevestigt hem dat zijn lijden geen straf of kastijding is, en evenmin een verwijdering van God of een teken van zijn onverschilligheid. Zo ontspringt aan het gewonde en genezen hart van Job die geestdriftige en bewogen verklaring aan de Heer: “Alleen van horen zeggen kende ik U, nu heb ik U gezien met eigen ogen” (42, 5).

3. Ziekte heeft altijd meer dan één gezicht: zij heeft het gezicht van iedere zieke, ook van degenen die zich veronachtzaamd, buitengesloten, slachtoffers van maatschappelijk onrecht voelen, onrecht dat hun wezenlijke rechten negeert (vgl. encycl. Fratelli tutti). De huidige pandemie heeft veel onvolkomenheden van het zorgstelsel en gebreken in de ziekenzorg naar boven doen komen. Voor de ouderen, de zwaksten en kwetsbaarsten is toegang tot de zorg niet altijd op een eerlijke manier gewaarborgd. Dat hangt af van politieke keuzes, van de manier waarop de middelen worden beheerd en de inzet van degenen die hiervoor verantwoordelijkheid dragen Middelen investeren in de zorg en het bijstaan van zieken is een prioriteit die verband houdt met het principe dat gezondheid een primair gemeenschappelijk goed is. Tegelijkertijd heeft de pandemie ook de toewijding naar voren doen komen van de werkers in de gezondheidszorg, de vrijwilligers, personeel, priesters, religieuzen, die met professionaliteit, opofferingsgezindheid, gevoel voor verantwoordelijkheid en liefde voor de naaste zoveel zieken en hun familieleden hebben geholpen, verzorgd, getroost en gediend. Een stille schare van mannen en vrouwen die ervoor kozen naar die gezichten te kijken en zich daarbij belast hebben met het lijden van patiënten die zij als hun naaste beschouwen omdat ze deel uitmaken van de menselijke familie.

Nabijheid is immers een kostbare balsem, die steun en troost geeft aan wie aan een ziekte lijdt. Als christenen ervaren wij het nabij zijn als een uitdrukking van de liefde van Jezus Christus, de barmhartige Samaritaan, die met medelijden ieder menselijk wezen, gewond door de zonde, nabij is gekomen. Door de werking van de Heilige Geest met Hem verenigd, zijn wij geroepen om barmhartig te zijn zoals de Vader en in het bijzonder onze zieke, zwakke en lijdende broeders en zusters lief te hebben (vgl. Joh. 13, 34-35). En wij ervaren deze nabijheid niet alleen persoonlijk, maar ook gemeenschappelijk: broederlijke liefde in Christus brengt immers een gemeenschap voort die in staat is tot genezing, die niemand in de steek laat, die vooral de meest kwetsbaren insluit en opneemt.

Ik wil hierbij herinneren aan het belang van de broederlijke solidariteit, die concreet tot uitdrukking komt in de dienstbaarheid en die zeer verschillende vormen kan aannemen, die alle zijn gericht op de ondersteuning van de naaste. “Dienen betekent zorg dragen voor hen die kwetsbaar zijn in onze families, in onze maatschappij, in ons volk” (Homilie in Havana, 20 september 2015). Bij deze inzet is ieder in staat “zijn behoeften en verwachtingen, zijn verlangens van almacht ten overstaan van de concrete blik van de kwetsbaarsten opzij te zetten. […] De dienstbaarheid kijkt altijd naar het gezicht van een broeder of zuster, raakt zijn of haar vlees aan, voelt zijn of haar nabijheid en “lijdt” zelfs “hieronder” en zoekt naar een ondersteuning van die broeder of zuster. Daarom is dienstbaarheid nooit ideologisch, omdat zij geen ideeën, maar personen dient” (ibid.).

4. Wil er sprake zijn van een goede therapie, dan is het relationele aspect doorslaggevend, waardoor men de zieke persoon holistisch kan benaderen. Dit aspect op zijn juiste waarde schatten helpt ook artsen, verpleegkundigen, professionals en vrijwilligers in de zorg voor hen die lijden, om hen te begeleiden in een traject van genezing dankzij een vertrouwensrelatie tussen personen (vgl. “Nieuw Handvest voor Werkers in de Gezondheidszorg [2020], 4). Het gaat er dus om een verbond te sluiten tussen degenen die zorg nodig hebben, en hen die hen verzorgen; een band die gebaseerd is op wederzijds vertrouwen en respect, oprechtheid, beschikbaarheid, zodat iedere defensieve barrière wordt overwonnen, de waardigheid van de zieke centraal staat, de professionaliteit van de werkers in de gezondheid wordt beschermd en een goede verhouding met de familieleden van de patiënten wordt onderhouden.

Juist deze relatie met een zieke persoon vindt een onuitputtelijke bron van motivatie en kracht in de liefde van Christus, zoals het duizendjarige getuigenis laat zien van mannen en vrouwen die zich in het dienen van de zieken geheiligd hebben Uit het mysterie van de dood en de verrijzenis van Christus komt in feite de liefde voort die in staat is ten volle betekenis te geven aan de toestand van de patiënt, en aan die van degene die de zorg voor hem op zich neemt. Het evangelie laat vaak zien dat de door Jezus bewerkte genezingen nooit magische gebaren zijn, maar altijd de vrucht van een ontmoeting, van een relatie tussen personen, en aan de door Jezus geschonken gave van God het geloof van de ontvanger beantwoordt, zoals het woord dat Jezus vaak herhaalt, samenvat: “Uw geloof heeft u gered”.

5. Geliefde broeders en zusters, het gebod van de liefde, dat Jezus zijn leerlingen heeft nagelaten, vindt ook een concrete verwezenlijking in de relatie met de zieken. Een maatschappij is des te humaner naarmate zij meer de zorg op zich weet te nemen voor haar kwetsbare en lijdende leden en dit weet te doen met een door broederlijke liefde geïnspireerde doeltreffendheid. Laten wij dit nastreven en ervoor zorgen dat niemand alleen blijft, dat niemand zich buitengesloten en in de steek gelaten voelt.

Ik vertrouw alle zieken, werkers in de gezondheidszorg en hen die zich geheel inzetten aan de zijde van de lijdenden, toe aan Maria, Moeder van barmhartigheid en Heil van de zieken. Moge zij vanuit de grot van Lourdes en haar ontelbare, over de wereld verspreide heiligdommen ons geloof en onze hoop ondersteunen en ons helpen met broederlijke liefde voor elkaar te zorgen. Ik verleen allen en ieder van harte mijn zegen.

Rome, Sint Jan van Lateranen, 20 december 2020, vierde zondag van de Advent.

Franciscus

Vertaling: drs. H.M.G. Kretzers

Eindredactie. A. Kruse, MA

Copyright: Liberia Editrice Vaticana/SRKK