MOEDER VAN DE KERK: “‘ZIE DAAR UW ZOON.’ … ‘ZIE DAAR UW MOEDER.’ EN VAN DAT OGENBLIK AF NAM DE LEERLING HAAR BIJ ZICH IN HUIS.”

Dierbare broeders en zusters,

De dienst van de Kerk voor de zieken en degenen die voor hen zorgen, moet met steeds nieuwe kracht verder gezet worden, trouw aan de zending van de Heer en in navolging van het heel welsprekende voorbeeld van haar Stichter en Meester.

Dit jaar komt het thema van de Wereldziekendag van de woorden die Jezus op het kruis tot Zijn Moeder en tot Johannes richt: “ziedaar uw zoon … ziedaar uw moeder”. En van dat ogenblik af nam de leerling haar bij zich in huis” (Joh. 19, 26-27).

Deze woorden van de Heer belichten diep het mysterie van het kruis. Het kruis is geen tragedie zonder hoop, maar de plaats waar Jezus Zijn heerlijkheid manifesteert en Zijn laatste wilsbeschikking nalaat, die de constitutieve regel wordt van de christengemeenschap en het leven van elke leerling.

Jezus’ woorden zijn vooral de oorsprong van de moederlijke roeping van Maria ten opzichte van heel de mensheid. Zij zal vooral de moeder zijn van de leerlingen van Haar Zoon en voor hen en hun weg zorg dragen. En wij weten dat de moederlijke zorg voor de opvoeding van een zoon of dochter zowel materiële als spirituele aspecten heeft.

Het onuitsprekelijke leed van het kruis doorboort de ziel van Maria, maar verlamt Haar niet. Integendeel, als Moeder van de Heer begint voor Haar een nieuwe gave. Op het kruis is Jezus begaan met de Kerk en heel de mensheid en wordt Maria geroepen om dezelfde zorg te delen. In de beschrijving van de grote uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren, tonen de Handelingen van de Apostelen ons dat Maria Haar taak in de eerste Kerkgemeenschap begon op te nemen. Een taak die nooit een einde zal nemen.

De leerling Johannes, de beminde leerling, vertegenwoordigt de Kerk, het messiaanse volk. Hij moet Maria als zijn eigen moeder erkennen. Maar in deze erkenning is hij geroepen Haar op te nemen, haar te schouwen als het voorbeeld van de manier om leerling te zijn, evenals de moederlijke roeping die Jezus Haar toevertrouwd heeft, met de zorgen en plannen die dat inhoudt: de Moeder die liefheeft en kinderen voortbrengt die kunnen liefhebben volgens het gebod van Jezus. De moederlijke roeping van Maria, de roeping om voor Haar kinderen te zorgen, wordt bijgevolg aan Johannes en heel de Kerk doorgegeven. Heel de gemeenschap van de leerlingen wordt in deze moederlijke roeping van Maria betrokken.

Als leerling die alles met Jezus gedeeld heeft, weet Johannes dat de Meester wil dat alle mensen de Vader ontmoeten. Hij kan getuigen dat Jezus velen ontmoet heeft die ziek zijn in hun geest, omdat ze hoogmoedig zijn en in hun lichaam.

Hij geeft aan iedereen blijk van barmhartigheid en vergeving, Hij geneest zelfs lichamelijk zieken, teken van het overvloeiende leven van het Koninkrijk, waar iedere traan zal gewist worden. Zoals Maria zijn de leerlingen geroepen om voor elkaar te zorgen, maar dat niet alleen. Zij weten dat het hart van Jezus voor iedereen openstaat, zonder uitzondering. Het Evangelie van het Koninkrijk moet aan iedereen verkondigd worden en de naastenliefde van christenen moet zich richten tot iedereen die noodlijdend is, gewoon omdat deze mensen kinderen van God zijn.

Deze moederlijke roeping van de Kerk voor mensen in nood en zieken wordt in de loop van haar tweeduizendjarige geschiedenis geconcretiseerd door een overvloedig aantal initiatieven voor zieken. Deze geschiedenis van toewijding mag niet vergeten worden. Zij gaat vandaag door, in heel de wereld. In landen waar voldoende openbare gezondheidsvoorzieningen zijn, levert het werk van katholieke congregaties, bisdommen en hun hospitalen, niet alleen medische zorg van kwaliteit, maar probeert het ook de mens in het midden van het therapeutisch proces te plaatsen en het wetenschappelijk onderzoek met respect te laten verlopen voor het leven en de christelijke morele waarden. In landen waar de gezondheidsvoorzieningen ontoereikend of niet aanwezig zijn, werkt de Kerk om de mensen zo veel mogelijk medische verzorging te geven, kindersterfte te beperken en bepaalde veel verspreide ziekten uit te roeien. Zij probeert overal zorg te verlenen, ook al kan zij niet genezen. Het beeld van de Kerk als een veldhospitaal dat iedereen opvangt die door het leven gekwetst is, is een heel concrete realiteit, want in bepaalde delen van de wereld geven alleen de hospitalen van missionarissen en bisdommen, de nodige zorgen aan de bevolking.

De herinnering aan de lange geschiedenis van dienstbaarheid aan zieken is voor de Christengemeenschap een reden tot vreugde, vooral voor degenen die deze dienstbaarheid in de huidige tijd verlenen. Maar er moet naar het verleden gekeken worden vooral om zich erdoor te laten verrijken. Wij moeten ervan leren: de edelmoedigheid tot en met het totale offer van vele stichters van instituten ten dienste van de zieken; de creativiteit onder impuls van de naastenliefde, voor vele initiatieven die in de loop der eeuwen in het leven geroepen werden; engagement voor wetenschappelijk onderzoek om aan zieken vernieuwde en betrouwbare zorgen toe te dienen. Dit erfgoed van het verleden is een goede hulp om de toekomst te plannen. Bijvoorbeeld om katholieke hospitalen te behoeden voor het gevaar van een ondernemingsgeest die de gezondheidszorg overal ter wereld wil binnenleiden in de context van de commerciële markt, waarvan de armen uiteindelijk uitgesloten worden. Intelligente organisatie en naastenliefde vereisen eerder dat de persoon van de zieke gerespecteerd wordt in zijn waardigheid en steeds in het midden van het verzorgingsproces blijft. Deze richtlijnen gelden ook voor christenen die in openbare instellingen werken en door hun dienst geroepen zijn een goed getuigenis te geven van het Evangelie.

Jezus heeft Zijn genezingskracht als gave aan de Kerk nagelaten: “En deze tekenen zullen de gelovigen vergezellen: (…) als zij aan zieken de handen opleggen, zullen dezen genezen zijn”Mc. 16, 17-1). In de Handelingen van de Apostelen lezen wij de beschrijving van genezingen door Petrus (Hand. 3, 4-8) en Paulus (Hand. 14, 8-11).

Jezus’ gave gaat gepaard met de taak van de Kerk, die weet dat zij de blik van haar Heer op de zieken moet laten rusten, een blik vol tederheid en medelijden. De gezondheidspastoraal blijft en zal altijd een noodzakelijke en wezenlijke opdracht blijven, die met vernieuwde begeestering moet gebeuren, te beginnen met de parochiegemeenschappen tot en met de meest gespecialiseerde zorgcentra. Wij mogen hier de tederheid en volharding niet vergeten waarmee vele gezinnen hun kinderen, ouders en andere familieleden begeleiden, die aan chronische ziekten lijden of zwaar gehandicapt zijn. De zorgverlening binnen het gezin zelf, is een buitengewoon liefdesgetuigenis van de mens en moet door gepaste dankbaarheid en een gepast politiek beleid ondersteund worden. Dokters en verplegend personeel, priesters, religieuzen en vrijwilligers, familieleden en iedereen die zich voor de verzorging van zieken engageert, nemen aan deze zending van de Kerk deel. Het is gedeelde verantwoordelijkheid die de waarde van ieders dagelijkse dienstbaarheid verrijkt.

Het is aan Maria, Moeder van de tederheid, dat wij alle zieken naar lichaam en geest willen toevertrouwen, opdat Zij hen met hoop zou ondersteunen. Wij vragen eveneens Haar hulp om onze zieke broeders op te vangen. De Kerk weet dat zij een bijzondere genade nodig heeft om te kunnen beantwoorden aan haar evangelische dienst van zorg voor de zieken. Moge het gebed tot de Moeder van de Heer ons daarom verenigd vinden in het dringend smeekgebed dat ieder lid van de Kerk zijn roeping ten dienste van het leven en de gezondheid liefdevol zou beleven. Moge de Maagd Maria voor deze 26e Wereldziekendag ten beste spreken; moge Zij de zieken helpen hun lijden te beleven in gemeenschap met de Heer Jezus en degenen die voor hen zorgen, ondersteunen. Aan alle zieken, aan allen die werkzaam zijn in de gezondheidszorg en aan de vrijwilligers, verleen ik van harte de Apostolische Zegen.

Vaticaan, 26 november 2017

Hoogfeest van Jezus Christus, Koning van het Heelal

FRANCISCUS